De beginjaren (1947–1969)
David Robert Jones werd geboren op 8 januari 1947 in Brixton, Zuid-Londen, in een stad die nog altijd de wonden van de Tweede Wereldoorlog droeg. Het Londen van zijn jeugd was grauw en beschadigd, maar ook vol nieuwe energie: immigratie, nieuwe muziekstromingen en een generatie jongeren die niet langer tevreden was met de oude regels.
Geboorte & gezin
Bowie groeide op in een gezin uit de arbeidersklasse. Zijn vader, Haywood Stenton “John” Jones, werkte voor kinderhulporganisatie Barnardo’s. Zijn moeder, Margaret Mary “Peggy” Burns, van Ierse afkomst, werkte als serveerster. Het gezin verhuisde later naar Bromley, een buitenwijk ten zuidoosten van Londen. Deze mix van de drukte van de stad en het meer burgerlijke Bromley gaf Bowie al vroeg het gevoel dat hij tussen werelden in leefde.
School & karakter
Op school viel David op als een jongen met een sterke verbeelding, een eigen wil en gevoel voor drama. Leraren beschreven hem als intelligent, eigenzinnig, gevoelig en creatief – maar ook als iemand die moeilijk in een strak systeem te passen was. Hij kon charmant en grappig zijn, maar ook fel en opstandig. Al vroeg werd duidelijk: dit was geen kind dat tevreden zou zijn met een gewoon, voorspelbaar leven.
De ontdekking van muziek
Een beslissend moment kwam toen zijn vader een stapel Amerikaanse 45-toeren singletjes mee naar huis nam. Daarop stonden onder andere Little Richard, Elvis Presley, Fats Domino en The Platters. Toen David “Tutti Frutti” van Little Richard hoorde, beschreef hij het later alsof er een bom in zijn hoofd afging. Hij zei: “Ik hoorde God.”
Vanaf dat moment was muziek geen achtergrondgeluid meer, maar een nieuwe wereld. Hij begon platen te verzamelen, artiesten te bestuderen en na te denken over hoe hij zelf op een podium zou kunnen staan.
De eerste instrumenten & optredens
In zijn tienerjaren begon Bowie verschillende instrumenten te spelen: eerst ukelele en theekist-bas, daarna piano, gitaar en vooral saxofoon. Hij speelde voor vrienden, familie en scoutinggroepen, en oefende niet alleen op de muziek, maar ook op zijn houding en gebaren. Zelfs in kleine zaaltjes deed hij alsof hij al in een grote concertzaal stond.
Het oogongeval
In 1962 kreeg Bowie een harde klap in zijn linkeroog tijdens een ruzie met schoolvriend George Underwood over een meisje. De schade was ernstig: na meerdere operaties bleef zijn pupil permanent verwijd, wat hem een opvallende blik gaf. Veel mensen dachten dat hij twee verschillende oogkleuren had. Het werd een belangrijk onderdeel van zijn mystiek en uiterlijk.
Opmerkelijk genoeg bleven Bowie en Underwood vrienden. Underwood ontwierp later zelfs albumhoezen voor Bowie, waarmee het ongeluk op een vreemde manier deel werd van zijn artistieke verhaal.
Kunstschool & vormgeving
Bowie bezocht de Bromley Technical School, een school met veel aandacht voor kunst, vormgeving en design. Hier leerde hij tekenen, typografie, lay-out, maar ook toneel, mime en podiumbeweging. Zijn leraar Owen Frampton (de vader van gitarist Peter Frampton) herkende zijn talent en moedigde hem aan om niet alleen “muzikant” te worden, maar kunstenaar in de breedste zin.
Deze periode leerde Bowie dat een artiest meer is dan alleen geluid: uiterlijk, beweging, licht, kleding, taal en symboliek zijn net zo belangrijk. Dat idee zou later de basis worden van al zijn iconische personages.
De eerste bands
In de vroege jaren zestig speelde hij in verschillende bands, waaronder The Konrads, The King Bees, The Manish Boys en The Lower Third. Hij trad op in jeugdclubs, kleine zalen en dansavonden. Commercieel stelde het weinig voor: singles flopten, optredens waren bescheiden en er was nog geen sprake van grote bekendheid.
Maar voor Bowie waren dit vormende jaren. Hij leerde hoe studiosessies werkten, hoe je een band leidt, hoe je met teleurstelling omgaat en hoe je toch door blijft gaan. Elke mislukking werd een les. Elke afwijzing duwde hem een stap verder richting het idee dat hij iets anders, iets groters moest doen dan de doorsnee beatgroep.
De naam “David Bowie”
Omdat er al een bekende Davy Jones was (van The Monkees), besloot hij een nieuwe artiestennaam te kiezen. Hij vond inspiratie bij de Amerikaanse frontiersman Jim Bowie, bekend van het “Bowie-mes”. De naam klonk scherp, krachtig en uniek.
Vanaf dat moment was David Robert Jones officieel David Bowie. Niet alleen een persoon, maar een concept – iemand die zichzelf kon heruitvinden en zijn eigen mythologie kon bouwen.
Space Oddity – het eerste lichtpunt
In 1969 kwam zijn eerste echte doorbraak met de single “Space Oddity”, het verhaal van astronaut Major Tom die de verbinding met de aarde verliest. De timing was perfect: de wereld keek naar de Apollo 11-missie, en Bowies nummer werd direct verbonden met het tijdperk van de ruimtevaart en technologische dromen.
“Space Oddity” haalde de Britse hitlijsten en gaf Bowie voor het eerst zichtbare erkenning. Toch was dit nog maar het begin. De echte revolutie – de jaren van Ziggy Stardust, glamrock en wereldwijde invloed – lag nog voor hem.
(Pre)Ziggy Stardust-periode (1969–1973)
Na het eerste succes van “Space Oddity” werkte David Bowie jarenlang aan het vinden van zijn eigen artistieke identiteit. Eind jaren ’60 en begin jaren ’70 experimenteerde hij met folk, rock, theater en performancekunst. Hij voelde dat zijn muziek alleen niet genoeg was. Hij wilde een totaalbeleving creëren: een personage, een verhaal, een universum.
De geboorte van een persona
Rond 1971 begon Bowie te dromen over een buitenaards rock-idool dat naar de aarde kwam om de mensheid hoop te brengen. Een figuur die larger-than-life was, glamoureus, mysterieus, androgyn en gevaarlijk.
Hij noemde hem: Ziggy Stardust.
Het personage combineerde sciencefiction, glamrock, glamoureuze theatrale kleding en een houding die tegelijk uitdagend en kwetsbaar was. Bowie zag Ziggy niet als alter ego, maar als een levend kunstwerk.
The Rise and Fall of Ziggy Stardust…
In juni 1972 verscheen het album The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars.
Het album was revolutionair: een conceptplaat vol drama, identiteitspunt, mode, seksualiteit en rock-mythologie. De pers noemde het “de wedergeboorte van rock”. Fans zagen het als het begin van iets nieuws.
De look: schok en verlangen
Bowie creëerde een visueel universum dat iedereen verbijsterde. Rode haarpunten, glitter outfits, plateauzolen, theatrale make-up en futuristische stijl. Het was schokkend, aantrekkelijk en ongezien.
Live: pure transformatie
Tijdens optredens maakte Bowie van elke show een ritueel. Hij speelde Ziggy niet, hij was Ziggy. Zijn band The Spiders from Mars vormde het kloppend hart van zijn geluid: luid, scherp, gevaarlijk.
Voor veel fans voelde het alsof hij de deur naar een andere wereld had geopend.
Wereldwijde doorbraak
Met Ziggy Stardust werd Bowie internationaal beroemd. Interviews, televisieoptredens, uitverkochte tours: de wereld kon niet meer om hem heen. Jongeren zagen in Bowie niet alleen een ster, maar een symbool van vrijheid, anders zijn, durven bestaan en jezelf durven uitvinden.
De val van Ziggy
In juli 1973 kondigde Bowie live op het podium aan dat “dit is niet alleen de laatste show van de tour, maar de laatste show die we ooit doen. Bedankt”. De band wist van niets. De wereld was geschokt. Het personage was klaar — hij had zijn werk gedaan.
Bowie moest verder. Hij kon geen gevangene worden van zijn eigen creatie.
Erfenis
Ziggy Stardust werd een cultureel icoon dat decennia later nog steeds invloed heeft op:
- muziek
- mode
- performance-kunst
- gender-expressie
- visuele identiteit in popcultuur
De Ziggy-periode veranderde niet alleen Bowie — het veranderde popmuziek voorgoed.
Soul / Drugs & Berlijn (1974–1979)
Na de explosieve opkomst van Ziggy Stardust voelde Bowie dat hij zichzelf opnieuw moest uitvinden. De roem, het personage, het excessieve nachtleven en de constante druk hadden hun tol geëist. Het masker van Ziggy had hem groot gemaakt, maar hem ook uitgeput. Hij had behoefte aan een nieuwe richting, een nieuwe identiteit en vooral: een nieuwe klank.
De verhuizing naar Amerika
In 1974 verhuisde Bowie naar de Verenigde Staten. Hier ontdekte hij nieuwe muzikale overtuigingen: Amerikaanse funk, rhythm & blues, soul en vroege disco. Deze invloeden leidden direct naar zijn album Young Americans (1975), dat een radicale breuk was met zijn glamrockverleden.
Hij noemde het: “Plastic soul”.
De single Fame, mede geschreven met John Lennon, werd zijn eerste Amerikaanse nummer 1-hit.
Het diepe dal
Ondanks het commerciële succes worstelde Bowie intens met zichzelf. Cocaïnegebruik werd een dagelijks onderdeel van zijn leven. Zijn fysieke gezondheid stortte in, zijn psychische toestand werd onstabiel. De jaren ’75 tot begin ’76 waren chaotisch, duister en destructief.
Hij sprak later openlijk over deze periode als een tijd van paranoia, hallucinaties en existentiële angst.
De vlucht naar Europa
In 1976 vluchtte Bowie naar Europa om zijn leven te redden. Hij koos voor een stad die destijds symbool stond voor scheiding, spanning, oorlog en wederopbouw: Berlijn.
In Berlijn vond hij rust, anonimiteit en inspiratie. Hij deelde een appartement met Iggy Pop en leefde er sober, gefocust en gedisciplineerd. De stad werd een spiegel van zijn eigen innerlijke strijd.
De Berlijn-trilogie
In samenwerking met Brian Eno en Tony Visconti maakte Bowie drie albums die nu beschouwd worden als mijlpalen in de moderne muziek:
- Low (1977)
- “Heroes” (1977)
- Lodger (1979)
De trilogie combineerde rock met ambient, elektronische experimenten, improvisatie en emotionele soberheid. Deze albums vormden een diepe persoonlijke en artistieke transformatie.
“Heroes”
Het titelnummer “Heroes” werd opgenomen in West-Berlijn, vlak naast de Berlijnse muur. De tekst gaat over hoop, verbondenheid en onmogelijke liefde — een poëtisch monument voor moed.
Het werd een van Bowies meest geliefde en tijdloze nummers.
Einde van de Berlijn-periode
Tegen het einde van de jaren ’70 had Bowie zijn leven weer onder controle. Hij was nuchterder, gefocust, creatief sterker en opnieuw uitgevonden. De chaos van het midden van het decennium had plaatsgemaakt voor helderheid. Zijn Berlijnse jaren veranderden zijn muziek — maar vooral zichzelf.
Superster in de jaren ’80 (1980–1989)
De jaren tachtig vormden het meest zichtbare en commerciële hoofdstuk uit David Bowies carrière. In deze periode groeide hij uit van invloedrijke artiest tot wereldwijde superster. Zijn sound, zijn imago en zijn rol in de popcultuur veranderden radicaal. Bowie werd het gezicht van een nieuw muzikaal tijdperk.
Nieuwe energie, nieuwe richting
Aan het begin van de jaren ’80 liet Bowie langzaam de duistere, experimentele sfeer van zijn Berlijnse periode achter zich. Hij zocht naar een nieuwe balans tussen artistieke diepgang en toegankelijke popmuziek. De nadruk verschoof naar heldere melodieën, ritme en directere hooks, zonder zijn eigenzinnige stijl volledig los te laten.
Scary Monsters (And Super Creeps)
In 1980 verscheen Scary Monsters (And Super Creeps), een album dat vaak gezien wordt als de afsluiting van zijn belangrijkste creatieve fase in de jaren ’70 en tegelijk als brug naar de jaren ’80. De single Ashes to Ashes bracht het personage Major Tom terug, maar nu als een gebroken en verslaafd figuur. De bijbehorende videoclip was één van de duurste van zijn tijd en zette een nieuwe standaard voor de artistieke mogelijkheden van muziekvideo’s.
De wereldhit: Let’s Dance
In 1983 volgde de grote commerciële doorbraak met het album Let’s Dance, geproduceerd door Nile Rodgers. Bowie combineerde hier pop, rock, funk en dansbare ritmes tot een frisse, heldere sound die perfect aansloot bij het opkomende MTV-tijdperk.
Met de singles Let’s Dance, Modern Love en China Girl veroverde hij de hitlijsten over de hele wereld. Het album maakte Bowie tot een echte mainstream superster; hij werd niet alleen bewonderd door muziekliefhebbers, maar ook door een breed poppubliek.
Serious Moonlight Tour
De enorme populariteit van Let’s Dance leidde tot de Serious Moonlight Tour, een grootschalige wereldtour die stadions en grote hallen vulde. Voor miljoenen fans over de hele wereld werd Bowie in deze periode het gezicht van de jaren ’80: stijlvol, energiek, charismatisch en overal aanwezig.
Bowie op het scherm
Naast zijn muziek versterkte Bowie zijn status in de jaren ’80 ook als acteur. Hij speelde opvallende rollen in films als Merry Christmas, Mr. Lawrence (1983), The Hunger, Absolute Beginners en vooral Labyrinth (1986), waarin hij Jareth, de Goblin King, vertolkte. Deze film bracht hem bij een jong publiek onder de aandacht en zorgde ervoor dat zijn gezicht niet alleen op platenhoezen, maar ook op filmdoeken onuitwisbaar werd.
De keerzijde van succes
De ongekende commerciële hoogtepunten hadden ook een keerzijde. Na het enorme succes van Let’s Dance werd van elk nieuw album verwacht dat het opnieuw een wereldhit zou worden. Bowie voelde steeds sterker dat hij gevangen dreigde te raken in het imago van de superster, terwijl zijn creatieve drang juist naar vernieuwing en experiment bleef trekken.
Albums als Tonight (1984) en Never Let Me Down (1987) werden minder enthousiast ontvangen door critici, en Bowie zelf keek later kritisch terug op delen van zijn werk uit deze periode. Toch bleven zijn live-optredens groot en invloedrijk, en bleef hij een van de meest zichtbare figuren in de popcultuur.
Op weg naar een nieuwe start
Tegen het einde van de jaren ’80 voelde Bowie dat hij opnieuw een grens had bereikt. Hij had bewezen dat hij niet alleen een innovatieve kunstenaar, maar ook een wereldwijde popster kon zijn. Maar om verder te groeien, moest hij opnieuw breken met verwachtingen.
In 1989 zette hij een radicaal nieuwe stap: hij richtte de band Tin Machine op en keerde terug naar een hardere, meer rauwe rockbenadering. Daarmee sloot hij het hoofdstuk van de jaren ’80 af en opende hij de deur naar een nieuwe fase vol risico en vernieuwing.
Tin Machine (1989–1992)
Aan het einde van de jaren ’80 voelde David Bowie dat hij creatief vastliep. Het enorme commerciële succes van de jaren ’80 had hem weliswaar tot superster gemaakt, maar ook in een keurslijf geduwd. Hij wilde geen “grote solo-naam” meer zijn die boven de rest uitstak, maar weer onderdeel worden van een band. Rauw, direct, zonder glamour en zonder verwachtingen.
Terug naar de bandvorm
In 1988 begon Bowie te werken met gitarist Reeves Gabrels en de broers Tony en Hunt Sales. Samen vormden ze een nieuwe band: Tin Machine. Bewust géén “David Bowie & …”, maar een groep waarin iedereen gelijkwaardig was. Bowie wilde zijn ego loslaten en opnieuw beginnen als bandlid tussen de anderen.
Een rauwer geluid
Muzikaal sloeg Tin Machine een veel hardere weg in dan Bowies solowerk uit de jaren ’80. Het geluid was stevig, hoekig en agressief, met invloeden uit hardrock en de alternatieve rock die toen in opkomst was. De teksten waren directer en maatschappijkritisch, met thema’s als geweld, oorlog, fascisme en media-invloed.
Het eerste album, Tin Machine (1989), klonk voor veel luisteraars als een schok. Na de gepolijste pop van Let’s Dance en Tonight klonk dit compromisloos en soms zelfs confronterend.
Reacties van publiek en pers
De ontvangst was verdeeld. Sommige fans waren teleurgesteld dat Bowie zijn grote hits en theatrale imago leek te hebben ingeruild voor een ruige rockband. Critici waren eveneens verdeeld: een deel vond het dapper en fris, een ander deel zag het als een verwarrende stap.
Toch was Tin Machine belangrijk voor Bowie zelf: het gaf hem de kans om risico te nemen zonder dat elke stap vergeleken werd met zijn grootste successen uit het verleden.
Tin Machine II en het einde van de band
In 1991 verscheen Tin Machine II. Ook dit album zette de lijn van rauwe rock en scherpe thematiek voort, maar de band wist het grote publiek opnieuw niet volledig te overtuigen. Een live-album volgde, maar tegen die tijd begon de energie uit het project te lopen.
Rond 1992 viel Tin Machine langzaam uiteen. Bowie had echter bereikt wat hij nodig had: hij had zichzelf losgemaakt van het beeld van de perfecte popster en voelde zich vrijer om opnieuw solo verder te gaan, dit keer met een hernieuwde artistieke focus.
Erfenis van Tin Machine
Hoewel Tin Machine nooit zo populair werd als Bowies solocarrière, speelt de band een belangrijke rol in zijn geschiedenis. De periode dwong hem om risico te nemen, ruw en eerlijk te zijn en om opnieuw te ontdekken waarom hij überhaupt muziek maakte. Zonder Tin Machine was de creatieve heropleving van Bowie in de jaren ’90 waarschijnlijk heel anders geweest.
Sinds de jaren ’90 (1993–1999)
Begin jaren ’90 begon David Bowie opnieuw te veranderen. Na het experiment met Tin Machine voelde hij zich vrijer, opnieuw opgeladen en klaar om muzikale risico’s te nemen. Zijn carrière evolueerde opnieuw richting vernieuwing, verkenning en verrassende samenwerkingen.
Terug naar solo – een nieuwe richting
In 1993 verscheen Black Tie White Noise, een sterk elektronisch en soul-georiënteerd album met strijkers, saxofoon, moderne beats en een verfijnde productie. Het album werd beïnvloed door Bowie’s huwelijk met Iman én de nasleep van de Los Angeles-rellen.
Het album betekende een grote comeback in het Verenigd Koninkrijk: het kwam binnen op nummer 1.
The Buddha of Suburbia
Later datzelfde jaar bracht Bowie het onderschatte album The Buddha of Suburbia uit, geïnspireerd door de gelijknamige BBC-serie. Hoewel het minder aandacht kreeg, wordt het album achteraf gezien als één van zijn meest creatieve werken uit dat decennium.
Outside & de duistere jaren midden ’90
In 1995 werkte Bowie opnieuw samen met Brian Eno – voor het eerst sinds de Berlijnse trilogie. Het resultaat was het experimentele, industriële en conceptuele album Outside.
Met een narratief rond kunst, misdaad en technologie verkende Bowie thema’s die vooruitliepen op de internet- en cybercultuur. Het album leidde tot een uitgebreide wereldtour, waarbij hij onverwachts toerpartner werd van Nine Inch Nails – een gewaagde en vaak controversiële pairing.
Het 50ste verjaardagsjaar
Bowie vierde zijn 50ste verjaardag groots in New York in 1997, met gasten als Lou Reed, Billy Corgan, Dave Grohl, Sonic Youth en Robert Smith. Het was een viering van zijn eigen muzikale nalatenschap én zijn invloed op hele generaties artiesten.
Earthling
Datzelfde jaar verscheen Earthling, een explosief album vol jungle-, techno- en drum’n’bass-invloeden, waarmee Bowie opnieuw inspeelde op nieuwe jeugdculturen. Met hits als Little Wonder en I’m Afraid of Americans bewees hij opnieuw dat hij niet bang was om tegen de stroming in te gaan.
Einde van de jaren ’90
In 1999 bracht Bowie Hours… uit – een rustiger, introspectiever album dat terugkeek op het leven en de tijd die verstrijkt. Het werd een waardige afsluiting van één van zijn meest veelzijdige en experimentele decennia.
De jaren ’90 waren voor Bowie een periode waarin hij opnieuw durfde loslaten, evolueren en risico’s nemen. Het decennium vormde een belangrijke basis voor zijn late meesterwerken.
Sinds 2000 / 2007 (Heathen & Reality-periode)
Aan het begin van de 21e eeuw liet David Bowie zien dat hij geen “heritage act” was, maar een nog altijd zoekende en relevante artiest. In plaats van te teren op oude successen, koos hij voor nieuwe samenwerkingen, fris materiaal en een hernieuwde aanwezigheid op het podium.
De aanloop: Hours… en een nieuw millennium
Eind jaren ’90 had Bowie met Hours… al een meer introspectieve toon aangeslagen. De jaren 2000 begonnen met een gevoel van terugblik én vooruitgang: hij was nu een gevestigde legende, maar gedroeg zich nog steeds als een artiest die wilde blijven verrassen.
Heathen (2002)
In 2002 verscheen Heathen, geproduceerd door Tony Visconti. Het album werd gezien als een artistieke heropleving: sfeervol, donker, melancholisch en tegelijk helder geproduceerd. Bowie klonk volwassen, doorleefd en toch nieuwsgierig.
De liedjes op Heathen reflecteerden op geloof, technologie, ouder worden en de onrust van de moderne wereld. Het album werd lovend ontvangen door critici en fans en geldt vaak als één van zijn sterkste werken uit zijn latere carrière.
Heathen Tour & terug op het podium
Met de Heathen Tour keerde Bowie uitgebreid terug op de planken. Hij combineerde nieuw werk met klassiekers uit de jaren ’70 en ’80 en liet zien dat hij nog steeds een charismatische, krachtige live-performer was. De concerten bevestigden dat Bowie in de 21e eeuw niets van zijn energie en aanwezigheid verloren had.
Reality (2003)
In 2003 volgde Reality, een album dat rauwer en directer klonk dan Heathen. De plaat mengde rock, pop en reflective songs tot een energieke maar volwassen sound. De teksten speelden met thema’s als sterfelijkheid, herinnering en identiteit – typisch voor Bowie in deze levensfase.
Hoewel Reality toegankelijker was dan sommige eerdere experimenten, bleef Bowie afstand houden van simpele nostalgie. Hij keek vooruit, niet achterom.
A Reality Tour
De daaropvolgende A Reality Tour werd één van zijn meest ambitieuze tournees in jaren. Met een sterke band, een uitgebalanceerde setlist en een krachtige podiumpresentatie liet Bowie zien dat hij nog steeds tot de absolute top van de live-artiesten behoorde.
De tour werd vastgelegd op een live-album en -DVD en geldt als een belangrijk document van Bowie’s late podiumjaren.
Gezondheidsproblemen en een onverwachte stop
In 2004 sloeg het noodlot toe. Tijdens een concert kreeg Bowie ernstige gezondheidsklachten, die later bleken te worden veroorzaakt door een hartprobleem. Hij moest noodgedwongen de tour afbreken en een stap terug doen uit de schijnwerpers.
De jaren na 2004 werden rustiger. Bowie verscheen nog sporadisch op het podium, maar een echte grote tour kwam er niet meer. Deze periode markeerde het einde van zijn intensieve livecarrière, al bleef hij in de studio en in samenwerkingen creatief actief.
Een stille maar sterke aanwezigheid
Tussen 2004 en 2007 trok Bowie zich meer terug uit het publieke leven, maar zijn invloed bleef voelbaar. Hij verscheen af en toe als speciale gast, werkte mee aan projecten van anderen en bleef in de achtergrond schrijven en schetsen.
Deze jaren vormden de overgang naar een nieuwe, meer teruggetrokken fase in zijn leven – een stilte die later op indrukwekkende wijze zou worden doorbroken met The Next Day en Blackstar.
The Next Day (2013)
Na jaren van stilte, sporadische optredens en een steeds grotere mystiek rondom zijn afwezigheid, keerde David Bowie op spectaculaire wijze terug. Zonder aankondiging, zonder interviews, zonder promotiecampagne — precies zoals alleen Bowie dat kon.
De onverwachte terugkeer
Op 8 januari 2013, zijn 66ste verjaardag, verscheen opeens de single “Where Are We Now?” online. Voor veel fans voelde dit als een schok: niemand wist dat Bowie überhaupt nog aan studio-materiaal werkte.
Kort daarop werd het album The Next Day aangekondigd — Bowie’s eerste nieuwe studioalbum in 10 jaar. Niemand had het zien aankomen. Het was zijn grote comeback.
Thema’s & stijl
The Next Day is rauw en krachtig, soms agressief en soms melancholisch. De muziek weerspiegelt een man die terugblikt op zijn verleden maar tegelijk weigert stil te staan. Het album zit vol verwijzingen naar religie, oorlog, angst, verlangen, en de prijs van roem.
Zelfs de albumhoes — een bewerkte versie van “Heroes” — was een gedurfde keuze: Bowie was terug, maar niet als icoon uit het verleden.
Ontvangst & succes
Het album werd wereldwijd geprezen door critici en fans. Het bereikte nummer 1 in het Verenigd Koninkrijk en nummer 2 in de Verenigde Staten. Voor Bowie was het een artistieke én commerciële triomf.
Geen interviews, geen tour
De terugkeer was stil én luid tegelijk. Bowie weigerde interviews, fotoshoots, tv-optredens en een tour. Zijn werk moest voor zichzelf spreken.
Dit mysterieuze stilzwijgen werd onderdeel van het kunstwerk zélf — en versterkte het effect.
De aanloop naar het slotstuk
The Next Day was geen epiloog. Het bleek de opening van zijn laatste, meest indrukwekkende creatieve fase.
Twee jaar later zou hij beginnen aan het werk dat uitmondde in Blackstar.
Blackstar / laatste jaren (2014–2016)
In zijn laatste levensjaren koos David Bowie niet voor stilte of herhaling, maar voor een laatste artistieke sprong in het onbekende. In plaats van een nostalgische terugblik te maken, creëerde hij met Blackstar een modern, experimenteel en diep persoonlijk slotstuk.
Een nieuwe richting
Rond 2014 begon Bowie te werken aan nieuw materiaal met een kleine groep muzikanten in New York. Hij liet zich inspireren door jazz, avant-garde, experimentele rock en hedendaagse klanken. De songs waren donker, complex en gelaagd.
Bowie werkte in stilte. Er was geen grote aankondiging, geen druk van buitenaf. Hij wist dat hij ziek was, maar gebruikte de beperkte tijd om zijn laatste artistieke visie vorm te geven.
Blackstar (★)
Op 8 januari 2016, zijn 69ste verjaardag, verscheen het album Blackstar. Het klonk anders dan alles wat hij eerder had gemaakt: lange composities, ongewone structuren, duistere thema’s en een bijna buitenaardse sfeer.
De teksten zaten vol symboliek, verwijzingen naar sterfelijkheid, afscheid, geloof, kunst en transformatie. Achteraf werd duidelijk dat Bowie hier heel bewust zijn eigen einde verwerkte.
Lazarus
De single Lazarus werd begeleid door een videoclip waarin Bowie te zien is in een ziekenhuisbed, met verband om zijn ogen, alsof hij alvast afscheid neemt van de wereld. De regels “Look up here, I’m in heaven” kregen na zijn dood een bijna ondraaglijke lading.
Tegelijk werkte hij aan de toneelproductie Lazarus, een muziektheaterstuk gebaseerd op The Man Who Fell to Earth. Het project voelde als een verlengstuk van zijn laatste artistieke periode.
Overlijden
Slechts twee dagen na de release van Blackstar, op 10 januari 2016, overleed David Bowie aan de gevolgen van kanker. Zijn ziekte was nauwelijks bekend bij het grote publiek. De combinatie van zijn dood en de inhoud van Blackstar maakte duidelijk dat het album bewust als afscheid was gecreëerd.
Laatste impact
Blackstar werd wereldwijd geprezen als een meesterwerk en groeide uit tot één van de meest bijzondere “laatste albums” in de muziekgeschiedenis. Het bewees dat Bowie tot zijn laatste dagen vooruit keek, experimenteerde en kunst gebruikte om het onvermijdelijke onder ogen te zien.
Zijn einde was, net als zijn leven, doordacht, symbolisch en creatief. Blackstar is niet alleen een album, maar een laatste boodschap – een artistiek testament.
Overlijden (2016)
Op 10 januari 2016 overleed David Bowie in New York, twee dagen na zijn 69ste verjaardag en de release van zijn laatste album Blackstar. Zijn overlijden kwam voor de meeste mensen als een complete schok: zijn ziekte was bewust geheim gehouden voor het grote publiek.
Een verborgen strijd
Bowie had anderhalf jaar lang gevochten tegen kanker, maar slechts een zeer kleine kring wist van zijn diagnose. Terwijl hij aan Blackstar en het theaterstuk Lazarus werkte, was hij zich volledig bewust van zijn beperkte tijd. In plaats van zich terug te trekken, koos hij ervoor om zijn laatste energie in kunst te stoppen.
Een wereld in rouw
Het nieuws van zijn overlijden ging in enkele uren de hele wereld over. Fans verzamelden zich bij zijn geboortehuis in Brixton, bij zijn appartement in New York en bij muren, pleinen en podia die met hem verbonden waren. Overal verschenen bloemen, kaarsen, tekeningen en berichten.
Muziekstations draaiden zijn werk non-stop, social media explodeerde met herdenkingen en artiesten uit alle generaties spraken over de invloed die Bowie op hun leven en werk had gehad.
Geen begrafenis in de openbaarheid
Bowie had vastgelegd dat hij geen publieke uitvaart of grote ceremonie wilde. Hij werd in stilte gecremeerd, zonder publiek. Daarna werd gemeld dat zijn as volgens zijn wensen op een discrete manier verstrooid zou worden.
Een blijvende erfenis
Na zijn overlijden stegen zijn albums opnieuw massaal in de hitlijsten. Nieuwe generaties ontdekten zijn werk, terwijl bestaande fans zijn muziek met andere ogen gingen zien. Blackstar werd herkend als een bewust gecreëerd afscheid, een laatste kunstwerk waarin Bowie zijn eigen sterfelijkheid onder ogen ziet.
David Bowie liet de wereld achter met een ongeëvenaarde erfenis: decennia aan muziek, beelden, personages, ideeën en inspiratie. Zijn dood sloot zijn leven af, maar niet zijn invloed. Die blijft voortleven in talloze artiesten, fans en toekomstige generaties.
Discografie – Studioalbums
Hieronder een overzicht van de officiële studioalbums van David Bowie. Dit zijn de kernplaten uit zijn carrière – van de jaren ’60 tot en met Blackstar in 2016.
Jaren ’60
- 1967 – David Bowie
- 1969 – David Bowie (ook bekend als Space Oddity)
Jaren ’70
- 1970 – The Man Who Sold the World
- 1971 – Hunky Dory
- 1972 – The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars
- 1973 – Aladdin Sane
- 1973 – Pin Ups
- 1974 – Diamond Dogs
- 1975 – Young Americans
- 1976 – Station to Station
- 1977 – Low
- 1977 – “Heroes”
- 1979 – Lodger
Jaren ’80
- 1980 – Scary Monsters (And Super Creeps)
- 1983 – Let’s Dance
- 1984 – Tonight
- 1987 – Never Let Me Down
Jaren ’90
- 1993 – Black Tie White Noise
- 1993 – The Buddha of Suburbia
- 1995 – Outside
- 1997 – Earthling
- 1999 – Hours
Jaren 2000 en later
- 2002 – Heathen
- 2003 – Reality
- 2013 – The Next Day
- 2016 – Blackstar
Discografie – Live albums
Hieronder een overzicht van de officiële livealbums van David Bowie. Deze opnames laten zien hoe Bowie’s muziek evolueerde op het podium – van rauwe rock tot verfijnde performancekunst.
Live albums per release jaar
- 1974 – David Live
- 1978 – Stage
- 1983 – Ziggy Stardust: The Motion Picture
- 2000 – BBC Radio Theatre (27 juni)
- 2000 – Bowie at the Beeb (BBC-sessies, deels live)
- 2000 – LiveAndWell.com
- 2008 – Glass Spider Live
- 2008 – Live Santa Monica ’72
- 2009 – VH1 Storytellers
- 2010 – A Reality Tour (dvd/audio)
- 2017 – Live Nassau Coliseum ’76
- 2017 – Cracked Actor – Live In Los Angeles 1974
- 2018 – Best Of Live Santa Monica 1972 – LP / Vinyl
- 2018 – Glastonbury 2000
- 2018 – Live in Berlin
- 2018 – Welcome To The Blackout – Live London ’78
- 2019 – Serious Moonlight (uitgebracht later)
- 2020 – No Trendy Rechauffe – Live Birmingham
- 2020 – Ouvrez Le Chien – Live Dallas
- 2020 – ChangesNowBowie
- 2020 – I’m Only Dancing (The Soul Tour 1974)
- 2021 – Liveandwell.com (Brilliant Live Adventures part 3)
- 2021 – Something In The Air – Live Paris
- 2021 – At The Kit Kat Klub – Live New York
- 2021 – Brilliant Live Adventures (boxset met 6 shows uit 1995–1999)
- 2021 – Look At The Moon – Live Phoenix Festival
- 2023 – Ziggy Stardust And The Spiders From Mars – 50th Anniversary
- 2025 – Ready, Set, Go! – Riverside Studios 2003 (RSD)
Deze livealbums bieden een fascinerende inkijk in Bowie’s podiumenergie, vocale variatie en de evolutie van zijn sound in verschillende tourperiodes.
Albums in volgorde – Tijdlijn
Een chronologisch overzicht van alle officiële studioalbums van David Bowie, verdeeld per decennium. Deze tijdlijn laat goed zien hoe zijn muzikale stijl en identiteit zich door de jaren heen hebben ontwikkeld.
Jaren ’60
- 1967 – David Bowie
- 1969 – David Bowie (Space Oddity)
Jaren ’70
- 1970 – The Man Who Sold the World
- 1971 – Hunky Dory
- 1972 – Ziggy Stardust
- 1973 – Aladdin Sane
- 1973 – Pin Ups
- 1974 – Diamond Dogs
- 1975 – Young Americans
- 1976 – Station to Station
- 1977 – Low
- 1977 – “Heroes”
- 1979 – Lodger
Jaren ’80
- 1980 – Scary Monsters (And Super Creeps)
- 1983 – Let’s Dance
- 1984 – Tonight
- 1987 – Never Let Me Down
Jaren ’90
- 1993 – Black Tie White Noise
- 1993 – The Buddha of Suburbia
- 1995 – Outside
- 1997 – Earthling
- 1999 – Hours
2000–2016
- 2002 – Heathen
- 2003 – Reality
- 2013 – The Next Day
- 2016 – Blackstar
Filmrollen & Acteerwerk
David Bowie was niet alleen een invloedrijk muzikant, maar ook een veelzijdig acteur. Zijn filmcarrière liep parallel aan zijn muzikale werk en leverde een aantal iconische, verrassende en soms zelfs baanbrekende filmrollen op.
Belangrijkste Filmrollen
- 1976 — The Man Who Fell to Earth — Thomas Jerome Newton
- 1983 — Merry Christmas, Mr. Lawrence — Jack Celliers
- 1983 — The Hunger — John Blaylock
- 1986 — Labyrinth — Jareth, the Goblin King
- 1991 — The Linguini Incident — Monte
- 1992 — Twin Peaks: Fire Walk with Me — Philip Jeffries
- 1996 — Basquiat — Andy Warhol
- 2006 — The Prestige — Nikola Tesla
Overige bekende rollen & optredens
- 1978 — Just a Gigolo
- 1985 — Into the Night
- 1985 — Yellowbeard
- 1993 — Full Stretch
- 2000 — Zoolander (cameo)
- 2001 — The Last Five Years of David Bowie
Televisie
- 1980 — The Elephant Man (Broadway)
- 1999 — The Hunger (tv-serie, host)
Bowie’s acteercarrière kende een unieke mix van kunstzinnige, mysterieuze en populistische rollen. Zijn schermverschijning was net zo iconisch als zijn muziek – en liet een even blijvende indruk achter.
Top 40-hits & grote singles
David Bowie scoorde wereldwijd tientallen hits in verschillende hitlijsten: van de Nederlandse Top 40 tot de UK Singles Chart en de Amerikaanse Billboard Hot 100. Hieronder een selectie van zijn bekendste en meest invloedrijke singles die hoog in de lijsten eindigden.
Internationale klassiekers
- 1969 – Space Oddity
- 1971 – Changes
- 1972 – Starman
- 1972 – The Jean Genie
- 1973 – Life on Mars?
- 1975 – Fame
- 1977 – “Heroes”
- 1980 – Ashes to Ashes
- 1981 – Under Pressure (met Queen)
- 1983 – Let’s Dance
- 1983 – China Girl
- 1983 – Modern Love
- 1985 – Dancing in the Street (met Mick Jagger)
- 1986 – Absolute Beginners
- 1997 – I’m Afraid of Americans
- 2013 – Where Are We Now?
Top 40 in Nederland
In de Nederlandse Top 40 deden onder andere Space Oddity, Golden Years, Heroes, Let’s Dance, China Girl, Modern Love en Under Pressure het bijzonder goed. Bowie bleef, decennia lang, een vaste naam in de hitlijsten – zowel bij nieuwe releases als bij heruitgaven.
Chart-legacy
Hoewel niet al zijn belangrijkste nummers de hoogste posities haalden, groeiden veel singles uit tot tijdloze klassiekers die nog steeds opduiken in all-time lijsten, radiotoplijsten en jaaroverzichten. Bowie’s impact reikt daarmee veel verder dan alleen de cijfers in de hitparades.
Fun facts
Achter de vele albums, personages en muziekvideo’s zat een man vol verrassingen, humor, talenten en aparte wendingen. Deze Fun Facts geven een andere, luchtige blik op David Bowies leven en persoonlijkheid.
Geboren als David Robert Jones.
Bowie werd geboren als David Robert Jones in Brixton, Londen. Later wijzigde hij zijn naam om verwarring met Davy Jones van The Monkees te voorkomen.
Zijn opvallende ogen komen door een oogletsel als tiener.
Na een ruzie op school kreeg Bowie een klap in zijn linkeroog van jeugdvriend George Underwood. De schade was blijvend: na meerdere operaties bleef zijn pupil permanent verwijd. Hierdoor leek het vaak alsof hij twee verschillende oogkleuren had. Het werd een belangrijk onderdeel van zijn uitstraling en mystiek.
Het beroemde ooglapje (Toppop, 1974)
In februari 1974 was Bowie in Nederland om een Toppop-video op te nemen en een Edison in ontvangst te nemen. Tijdens de voorbereidingen had Bowie een ontstoken oog, dat door Toppop-grimeur Arjen van der Grijn niet weg te schminken was. Van der Grijn stelde voor dat Bowie een ooglapje zou dragen, dat hij nog had liggen van zijn werk voor Kunt U Mij De Weg Naar Hamelen Vertellen, Mijnheer?
Bowie was meteen enthousiast en playbackte “Rebel Rebel” met het ooglapje. Twee dagen later, tijdens het Grand Gala du Disque, droeg hij het opnieuw. De beelden gingen de wereld over en het ooglapje groeide uit tot één van de meest iconische – en kortstondige – stijlmomenten uit Bowies carrière. Hoewel hij het daarna nauwelijks nog droeg, bestaan er inmiddels zelfs T-shirts met dit beroemde beeld.
Verkocht naar schatting meer dan 140 miljoen platen.
Bowie behoort tot de best verkopende artiesten aller tijden, met meer dan 140 miljoen verkochte albums wereldwijd.
Video Collectie
Een selectie van iconische, invloedrijke en bijzondere videomomenten uit David Bowie’s carrière. Deze clips laten goed zien hoe zijn visuele stijl zich door de jaren heen ontwikkelde.
Top 5 Bowie-albums
Volgens critici, fans en historici vormen deze vijf albums het absolute fundament van David Bowie’s muzikale nalatenschap.
-
The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972)
Het album dat Bowie definitief tot superster maakte.
Een revolutionair conceptalbum dat glamrock herdefinieerde, met iconische tracks als “Starman”, “Moonage Daydream” en “Rock ’n’ Roll Suicide”. -
Hunky Dory (1971)
Poëtisch, experimenteel en ontwapenend persoonlijk.
Bevat klassiekers als “Changes”, “Life on Mars?” en “Oh! You Pretty Things” – een van zijn meest geliefde werken. -
Low (1977)
Het begin van de Berlijn-trilogie; een dramatische stijlbreuk.
Helder en kil, kwetsbaar en elektronisch — gedurfd, visionair en invloedrijk. Inclusief “Sound and Vision”. -
Scary Monsters (and Super Creeps) (1980)
Het sluitstuk van een periode en het begin van een nieuwe.
Voortbouwend op de Berlijn-periode maar scherper en directer, met “Ashes to Ashes” als cultureel zwaartepunt. -
Blackstar (2016)
Zijn laatste meesterwerk — en zijn afscheid.
Avant-jazz, experiment, mysterie, reflectie. Uitgebracht twee dagen vóór zijn overlijden: een kunstwerk in de meest pure vorm.
Awards & onderscheidingen
David Bowie ontving tijdens zijn carrière talloze internationale prijzen, onderscheidingen en eretitels. Zowel voor zijn muziek, zijn videowerk, als voor zijn invloed op cultuur en kunst wereldwijd.
- Ivor Novello Award – Special Award for Originality (1969)
-
Grammy Awards
• Lifetime Achievement Award (2006)
• Best Short Form Music Video – Jazzin’ for Blue Jean (1985)
• Diverse postume Grammy’s voor Blackstar (2017) -
Brit Awards
• Best British Male Artist (1984, 2014)
• Outstanding Contribution to Music (1996)
• Brits Icon Award (2016) - Rock and Roll Hall of Fame – Inauguratie (1996)
- Ordre des Arts et des Lettres – Commandeur (Frankrijk, 1999)
-
Eredoctoraten
• Berklee College of Music (1999) - BBC – Best Dressed Briton in History (2013)
-
Grote astronomische eerbetonen
• Asteroïde 342843 Davidbowie
• “Bowie Asterism”, sterrenbeeld-configuratie (2016) - Victoria & Albert Museum – recordtentoonstelling (2013–heden)
Bowie als acteur — uitgebreide film & theater carrière
Naast zijn muzikale revolutie bouwde David Bowie een indrukwekkende carrière uit als acteur, performer en cultureel icoon op het scherm en toneel. Zijn filmwerk werd wereldwijd geroemd om zijn intensiteit, mystiek en charisma.
Vroege rollen & avant-garde
- Pierrot in Turquoise (1967) — theaterproductie met Lindsay Kemp
- The Image (1969) — korte film over een schilderij dat tot leven komt
- The Virgin Soldiers (1969) — kleine cameo-rol
Doorbraak op film
- The Man Who Fell to Earth (1976) — Thomas Jerome Newton
Zijn iconische rol als buitenaards wezen; cultklassieker - Just a Gigolo (1978) — Paul Ambrosius von Przygodski
Broadway
In 1980 schitterde Bowie op Broadway in The Elephant Man, waarvoor hij hoge lof kreeg — zonder make-up, puur acteerwerk.
Jaren ’80 – de iconische Bowie-filmperiode
- Merry Christmas, Mr. Lawrence (1983) — Maj. Jack Celliers
- The Hunger (1983) — John Blaylock (cult vampierfilm)
- Yellowbeard (1983) — cameo als zeeman
- Labyrinth (1986) — Jareth, Goblin King
Zijn meest geliefde rol bij fans wereldwijd. - Absolute Beginners (1986) — Vendice Partners
Jaren ’90 – tv, cameos & arthouse
- Twin Peaks: Fire Walk With Me (1992) — Phillip Jeffries
- Basquiat (1996) — Andy Warhol
- Everybody Loves Sunshine (1999) — Bernie
Laatste filmperiode
- Zoolander (2001) — cameo als zichzelf
- The Prestige (2006) — Nikola Tesla
- Arthur and the Invisibles (2006) — stemrol als Maltazard
Lazarus (2015)
Bowie’s laatste artistieke wapenfeit was het Broadway-stuk Lazarus, waarvoor hij zelf muziek schreef en meewerkte aan de productie. Het vormt zijn finale theatrale statement.
Muzikale invloeden & inspiratiebronnen
David Bowie liet zich door een breed scala aan muzikale stijlen, artiesten en culturele bewegingen inspireren. Tijdens zijn carrière stonden nieuwsgierigheid, experiment en kruisbestuiving centraal.
-
Jazz & Beatmuziek
Invloeden van Little Richard, Charles Mingus en John Coltrane in zijn vroege werk. -
The Velvet Underground
Directe invloed op zijn geluid, esthetiek en thematische durf. -
Krautrock & Duitse elektronica
Bands als Neu!, Tangerine Dream en Kraftwerk bepaalden zijn Berlijn-periode. -
Soul, funk & disco
Sterk vertegenwoordigd rond Young Americans en Station to Station. -
Avant-garde kunst en theater
Grotendeels afkomstig uit zijn jaren in Londen en New York. -
Andy Warhol & pop-kunst
Zijn fascinatie met identiteit, persona en performance. -
Literatuur & film
Met o.a. George Orwell en expressionistische cinema als vaste inspiratiebronnen.
Live tours & belangrijkste concerten
David Bowie was niet alleen een studiokunstenaar, maar ook een uitzonderlijke live-performer. Zijn tournees waren vaak ware theatervoorstellingen, met sterke concepten, kostuums en dramatische lichtshows.
Vroege jaren & Ziggy Stardust Tour (1972–1973)
In de vroege jaren ’70 bouwde Bowie zijn reputatie op als live-artiest met de Ziggy Stardust Tour. Deze optredens, met de Spiders from Mars, maakten hem tot een cultheld – compleet met oranje haar, glamrock pakken en een show vol dramatiek.
Diamond Dogs & de grote producties (1974)
De Diamond Dogs Tour bracht een groots decor mee: een dystopische stad, trappen, platforms en theatrale scènes. Het was een van zijn meest ambitieuze producties en markeerde de overgang naar soul en funk.
Station to Station & Isolar (1976–1978)
Met de Station to Station / Isolar Tour toonde Bowie een strakke, minimalistische podiumpresentatie, passend bij zijn Thin White Duke-periode en de Berlijnse trilogie. De focus lag sterk op muziek en intensiteit, minder op decor.
Serious Moonlight Tour (1983)
De Serious Moonlight Tour, na het succes van Let’s Dance, was Bowies eerste echte grote wereldtournee. Hij speelde voor gigantische arena’s en stadions en bereikte een nieuw, mainstream publiek. Deze tour wordt vaak gezien als zijn meest toegankelijke én populaire.
Glass Spider Tour (1987)
De Glass Spider Tour was een extravagante, theatraal opgezette show met dansers, een reusachtig podiumdesign en een sterk gechoreografeerde performance. Hoewel de meningen verdeeld waren, liet Bowie zien dat hij live durfde te experimenteren.
Sound+Vision & de jaren ’90
Met de Sound+Vision Tour (1990) kondigde Bowie aan dat hij veel van zijn oudere hits nog één keer live zou spelen, om zich daarna op nieuw werk te richten. In de midden jaren ’90 volgden tours rond Outside en Earthling, vaak met een rauwere, alternatieve energie en samenwerkingen met bands als Nine Inch Nails.
Heathen & A Reality Tour (2002–2004)
De Heathen Tour en vooral A Reality Tour toonden een volwassen Bowie in topvorm: een sterke band, een rijke setlist en een krachtige stem. A Reality Tour werd vastgelegd op een live-album en -dvd, en geldt als een van zijn beste live-documenten.
Laatste optredens
In 2004 kreeg Bowie tijdens de tour gezondheidsproblemen en moest hij de resterende data afzeggen. Hierna trad hij nog slechts sporadisch op, onder andere als gast bij andere artiesten. Zijn laatste volledige live-optredens dateren uit het midden van de jaren 2000.
Ondanks het feit dat hij zijn laatste jaren vooral uit de schijnwerpers bleef, laten zijn tours een indrukwekkend spoor achter: van kleine zalen tot mega-arena’s, en van pure rock’n’roll tot groots theaterspektakel.
Belangrijkste samenwerkingen
Door zijn hele carrière heen werkte David Bowie intensief samen met invloedrijke muzikanten, producers en kunstenaars. Deze samenwerkingen hebben een blijvende stempel gedrukt op zijn muziek en persona.
-
Tony Visconti
Producer van zijn meest baanbrekende albums, waaronder Low, “Heroes” en Blackstar. -
Mick Ronson
Gitaarlegende en arrangeur tijdens de Ziggy-periode. -
Brian Eno
Architect van de Berlijn-trilogie en dominante creatieve sparringpartner. -
Iggy Pop
Twee hechte albums samen, en intens creatieve wisselwerking in Berlijn. -
Nile Rodgers
Producer van de megahit Let’s Dance. -
Mike Garson
Pianist met een iconische, herkenbare stijl; langdurige samenwerking. -
Rick Wakeman
Speelde onder meer piano op Life on Mars?.
Bowie in mode & visuele cultuur
David Bowie was niet enkel een muzikale pionier — hij werd een wereldwijd stijlicoon. Zijn look, zijn metamorfoses, zijn kapsels, make-up en kostuums bepaalden de visuele taal van een nieuwe generatie artiesten, ontwerpers en subculturen.
Androgynie als kracht
Bowie brak radicaal met traditionele gendernormen. Zijn androgyn uiterlijk tijdens de Ziggy-periode hertekende de grenzen van identiteit en zelfexpressie. Het effect op mode was permanent.
Invloed op ontwerpers
- Alexander McQueen (ontwierp zijn iconische Union-Jack jas)
- Yohji Yamamoto (Ziggy kostuums & theatrale silhouetten)
- Hedi Slimane
- Jean Paul Gaultier
- Vivienne Westwood
Iconische looks
- Ziggy Stardust – oranje haar, metallic outfits, platform boots
- Aladdin Sane – bliksemschicht op het gezicht
- The Thin White Duke – minimalistisch, scherp, monochroom
- Let’s Dance – klassieke maar hyper-stijlvolle popster
- Blackstar – elegant, donker, ingetogen en mysterieus
Make-up en fotografie
Bowie werkte nauw samen met fotografen, stylisten en visuele kunstenaars om één van de meest herkenbare esthetische identiteiten van de 20e eeuw te creëren. Zijn foto’s zijn iconen binnen de modegeschiedenis.
Culturele impact
Modehuizen, popsterren, artiesten en ontwerpers verwijzen nog steeds naar Bowie als belangrijkste esthetische referentie. Zijn looks worden niet gekopieerd — ze worden heruitgevonden.
Bowie als cultureel fenomeen
David Bowie overstijgt muziek. Hij is één van de belangrijkste culturele figuren van de 20e en 21e eeuw. Zijn werk beïnvloedde mode, film, fotografie, literatuur, LGBTQ+ cultuur, ambacht, performancekunst, videogames en de wereldwijde media-industrie.
Identiteit & zelfexpressie
Bowie introduceerde een nieuw begrip van identiteit: veranderlijk, vrij, fluïde. Zijn persona’s vormden een spiegel voor generaties die zich wilden heruitvinden.
LGBTQ+ en genderexpressie
Zijn open houding, zijn queercoding en zijn androgynie vormden een inspiratiebron voor mensen die zich buiten traditionele genderlijnen bewogen. Zijn invloed op queer culture is nauwelijks te overschatten.
Media & televisie
- een van de eerste artiesten die MTV uitdaagde wegens gebrek aan diversiteit
- zijn videoclips werden culturele evenementen op zichzelf
- interviews gingen de geschiedenis in als kunstvorm
De kracht van metamorfose
Bowie liet zien dat verandering niet alleen mogelijk is, maar noodzakelijk is voor groei. Hij vond zichzelf honderden keren opnieuw uit — telkens met mondiale impact.
Een spiegel voor de maatschappij
Als cultureel fenomeen reflecteerde Bowie thema’s als alienatie, technologie, celebritycultuur, individualisme, spiritualiteit en dood.
Collectief geheugen
Bowie staat symbool voor creatieve vrijheid. Zijn invloed dringt door in docenten, ontwerpers, kunstenaars, muzikanten en filmmakers — tot in musea en onderwijsinstellingen wereldwijd.
Muzikale nalatenschap
David Bowie’s invloed op de muziekgeschiedenis is onmeetbaar groot. Hij veranderde de koers van rock, pop, elektronica en avant-garde, en inspireerde generaties artiesten om verder te denken dan genre, identiteit en traditie.
Een vernieuwende kracht
Bowie introduceerde ideeën die destijds radicaal waren: conceptalbums, persona’s, theatrale podiumidentiteit, synth-experimenten en geluidskunst.
Genres die hij vormde
- glamrock
- artpop
- experimentele elektronica
- ambient (met Brian Eno)
- avant-jazz (Blackstar)
Invloed op artiesten wereldwijd
Bowie werd mentor, inspiratie en gids voor talloze artiesten — van stadiumrock tot synthpop, industrial, indie en elektronische muziek.
Albumcultuur opnieuw gedefinieerd
Zijn oeuvre toont hoe albums meer kunnen zijn dan losse songs: complete artistieke statements.
Live-shows als kunstvorm
Bowie transformeerde live-optredens tot totale ervaringen: muziek, theater, costumedesign en verlichting als één geheel.
Continuïteit na zijn dood
Sinds 2016 stijgt zijn culturele status jaar na jaar — musea, festivals, docu’s, biografieën en re-issues tonen hoe diep zijn werk verankerd is in de tijd.
Zijn muziek leeft niet alleen voort — zij blijft zich ontwikkelen, zelfs zonder hem.
Zijn invloed op de moderne popmuziek
De impact van David Bowie op de moderne popmuziek is diepgaand en blijvend. Zijn constante heruitvinding, artistieke lef en genre-overschrijdende visie hebben generaties artiesten beïnvloed, zowel muzikaal als visueel.
-
Blijvende invloed op popcultuur
Zijn persona’s en esthetiek vormen tot op vandaag een blauwdruk voor moderne popsterren. -
Vernieuwing binnen genres
Bowie bracht pop, rock, soul, electronica, ambient en experimentele muziek samen op een manier die toen ongezien was. -
Inspiratiebron voor nieuwe generaties
Artiesten zoals Lady Gaga, The Weeknd, Harry Styles en St. Vincent noemen hem direct als referentie. -
Gebruik van identiteit als kunstvorm
Zijn wisselende imago’s en personages zijn nu een standaard onderdeel in popidentiteit. -
Voorloper in visuele storytelling
Van glam tot Berlijn tot Blackstar: zijn visuele werk veranderde de relatie tussen muziek en beeld. -
Invloed op live-concepten
Zijn tours herdefinieerden wat pop-optredens konden zijn op theatraal vlak. -
Laatste impact
Het album Blackstar uit 2016 geldt als een van de belangrijkste artistieke statements van de 21e eeuw.





