Tony Visconti – de klankarchitect van David Bowie

visconti-bowie-feature

Tony Visconti behoort tot de zeer kleine kring mensen die David Bowie niet alleen produceerde, maar hem ook werkelijk doorgrondde. Hun samenwerking vormt één van de meest invloedrijke creatieve partnerschappen in de popgeschiedenis. Visconti was veel meer dan “alleen” producer: hij was klankarchitect, vertrouweling en vaste sparringpartner, iemand die feilloos aanvoelde waar Bowie naartoe wilde – zelfs als Bowie dat zelf nog niet helemaal had uitgedacht.

De samenwerking begint eind jaren zestig, wanneer Bowie nog zoekende is naar zijn eigen vorm en geluid. Visconti herkent in hem een artiest die de traditionele pop- en rockstructuren wil openbreken. De echte omwenteling volgt in de jaren zeventig. Met het album Low (1977) creëren Bowie en Visconti een volledig nieuw geluid: minimale ritmes, experimentele structuren, donkere klankkleuren en elektronische texturen die hun tijd ver vooruit zijn. Visconti’s gebruik van de Eventide Harmonizer – het effect dat “met de stof van de tijd knoeit”, zoals hij het zelf noemde – geeft Bowies stem een futurale, haast buitenaardse uitstraling.

Op “Heroes” (1977) tillen ze die experimenten naar een iconisch niveau. De opname van de titeltrack maakt gebruik van drie microfoons op verschillende afstanden. Hoe harder Bowie zingt, hoe meer microfoons worden geactiveerd. Het resultaat is het dramatische, steeds groeiende stemgeluid dat de song zijn mythische kracht geeft. Visconti is hier geen onzichtbare technicus, maar een mede-uitvinder van een compleet nieuw klankuniversum.

Ook in latere periodes duikt Visconti steeds weer op, als ankerpunt in Bowies voortdurende transformaties. Op Scary Monsters (And Super Creeps) houdt hij de productie scherp, modern en gelaagd. En wanneer Bowie na een lange stilte terugkeert met The Next Day (2013) en vooral Blackstar (2016), is het opnieuw Visconti die de sonische contouren vormgeeft. Blackstar wordt een gedurfde mix van jazz, experimentele rock en donkere elektronica; een muzikale zwanenzang waarin Visconti’s subtiele productie een grote rol speelt in de sfeer en diepte van het album.

Wat Visconti zo bijzonder maakt, is dat hij Bowie nooit probeerde vast te pinnen. In plaats van succesformules te herhalen, bleef hij ruimte maken voor vernieuwing. Of het nu ging om de Berlijn-trilogie, de latere experimenten of de laatste studiojaren: Visconti dacht mee, daagde uit en durfde risico te nemen. Hij begreep dat Bowie’s identiteit juist lag in voortdurende verandering.

Daardoor is Tony Visconti in veel opzichten de stille rode draad door Bowies carrière. Zijn naam staat op een indrukwekkend aantal sleutelalbums, maar nog belangrijker: zijn ideeën, klankvisie en trouw aan Bowies artistieke vrijheid hebben mee bepaald hoe de wereld David Bowie hoort. Zonder Visconti zou Bowies oeuvre anders – en misschien minder grensverleggend – hebben geklonken.

(Visited 1 times, 1 visits today)